Concept statuten wijziging 12-05-2026.

STATUTEN

NAAM EN ZETEL

ARTIKEL 1

  1. De vereniging draagt (bij voorkeur) de naam: Senioren Limburg, Afdeling……….
  2. Zij is gevestigd in de gemeente ……….

DUUR 

ARTIKEL 2 

De vereniging, verder genoemd: de afdeling, ……….  

is opgericht op ………. en is aangegaan voor onbepaalde tijd.  

DOEL

ARTIKEL 3

De afdeling is een organisatie van en voor senioren en stelt zich ten doel de belangen van alle senioren op het gebied van het welzijn te behartigen en de zelfwerkzaamheid en zelfredzaamheid van senioren als individu en als groep te bevorderen. Verder streeft de afdeling ernaar de gelijkwaardigheid van de senioren aan de overige leden van de samenleving gestalte te geven en te streven naar een optimaal welzijn voor senioren, in het bijzonder die van de in artikel 5 bedoelde leden.

MIDDELEN 

ARTIKEL 4 

De afdeling tracht haar doel onder meer te bereiken door:

  1. het organiseren van senioren, bedoeld in artikel 5;
  2. het meewerken aan de oprichting, instandhouding en de goede functionering van organen van overleg en andere voor de afdeling doelmatige organisaties, diensten en instellingen en de participatie van de leden in besturen en commissies;
  3. het meewerken aan het tot stand komen, respectievelijk het verbeteren van de (boven)gemeentelijke regelgeving, die voor het welzijn van de senioren van belang is;
  4. het houden van en het deelnemen aan vergaderingen, welke direct of indirect betrekking hebben op de doelstelling van de afdeling;
  5. het organiseren van sociaal-culturele, recreatieve en educatieve activiteiten ten behoeve van de leden;
  6. het geven van informatie en voorlichting ten behoeve van de leden;
  7. het deel uitmaken van de bond Senioren Limburg, hierna verder te noemen: “de bond”;
  8. alle andere wettige middelen, welke in overeenstemming zijn met de doelstellingen van de afdeling en de bond en die tot het bereiken van het doel bevorderlijk zijn.

LEDEN

ARTIKEL 5

  1. Leden van de afdeling kunnen zijn personen, die de doelstelling, zoals verwoord in artikel 3, onderschrijven, tenminste vijftig jaar oud zijn en lid zijn van de Bond.
  2. In afwijking van het gestelde in het eerste lid van dit artikel kan het afdelingsbestuur als lid toelaten personen die een bijzondere bijdrage

2026.1027.01

 

kunnen leveren aan de doelstelling van de afdeling.

LIDMAATSCHAP

ARTIKEL 6

  1. Wie lid wenst te worden van de afdeling, meldt zich aan bij het secretariaat van de afdeling.
  2. Het lidmaatschap van de afdeling, waarin iemand als lid is toegelaten, houdt automatisch het lidmaatschap van de Bond in.
  3. Het afdelingsbestuur beslist over de toelating.
  4. Het besluit van niet-toelating wordt, met redenen omkleed en met vermelding van het recht van beroep, aan de betreffende persoon schriftelijk medegedeeld. Betrokkene heeft dan recht van beroep bij de beroepscommissie, zoals omschreven in artikel 7 lid 4.

EINDE LIDMAATSCHAP                 

ARTIKEL 7

  1. Het lidmaatschap eindigt door:
    1. het overlijden van het lid;
    2. opzegging door het lid;
    3. schriftelijke opzegging door het afdelingsbestuur.
  2. Opzegging van het lidmaatschap door het lid kan slechts geschieden tegen het einde van het verenigingsjaar door schriftelijke kennisgeving hiervan bij het afdelingsbestuur, met inachtneming van een opzegtermijn van één maand.
  3. Opzegging van het lidmaatschap door het afdelingsbestuur, vindt plaats wanneer een lid in strijd handelt met deze statuten, respectievelijk de statuten of het huishoudelijk reglement van de bond.
  4. Voor betrokkene staat binnen één maand na ontvangst van de kennisgeving van het desbetreffende besluit beroep open bij de beroepscommissie die is ingesteld krachtens of ingevolge artikel 6 lid 4 van de statuten van de bond. Gedurende de beroepstermijn, alsmede gedurende het beroep, is het lid geschorst, echter met dien verstande, dat zijn geldelijke verplichtingen jegens de afdeling en de bond moeten worden nagekomen over het jaar waarin de opzegging door het afdelingsbestuur definitief is geworden.

AFDELINGSBESTUUR            

ARTIKEL 8 

1.a    Het afdelingsbestuur bestaat uit een oneven aantal van tenminste drie (3) leden. De ledenvergadering stelt het aantal bestuursleden vast.

  1. De voorzitter en de overige bestuursleden worden uit de leden gekozen door de ledenvergadering van de afdeling, met dien verstande dat de voorzitter als zodanig in functie wordt gekozen. 

Alle bestuursleden worden gekozen voor de tijd van vier (4) jaar en zijn maximaal twee maal herkiesbaar voor telkens een periode van vier (4) jaar.  Het bondsbestuur kan -in afwijking van het vorenstaande en op schriftelijk verzoek van het bestuur van de afdeling- toestemming verlenen aan de afdeling om een bestuurslid alsnog her te benoemen voor een of meer perioden van vier (4) jaar.

  1. Het afdelingsbestuur stelt een rooster van aftreden vast, met dien verstande, dat voorzitter en secretaris niet gelijktijdig aftreden. In tussentijdse vacatures wordt in de eerstvolgende ledenvergadering van de afdeling voorzien. De alsdan gekozenen nemen op het rooster van aftreden de plaats van hun voorganger in.
  2. Het afdelingsbestuur kiest uit zijn midden een secretaris, een penningmeester en een vice-voorzitter.

Uit de overige bestuursleden wordt een plaatsvervangend secretaris en een plaatsvervangend penningmeester aangewezen. Beide laatstgenoemde functies kunnen in één persoon verenigd zijn. 

  1. Het afdelingsbestuur draagt zorg dat de namen en verdere gegevens van de gekozenen zo spoedig mogelijk bij het bondsbureau bekend zijn.
  2. De afdeling wordt in en buiten rechte vertegenwoordigd door het afdelingsbestuur, alsmede door de voorzitter, tezamen met de secretaris of bij ontstentenis, tezamen met de plaatsvervangend secretaris. Bij ontstentenis of afwezigheid van de voorzitter wordt de afdeling in en buiten rechte vertegenwoordigd door de plaatsvervangend voorzitter tezamen met de secretaris, dan wel plaatsvervangend secretaris.
  3. Bij aftreden, schorsing of ontslag van bestuursleden dienen de afdelingsbescheiden onverwijld te worden overhandigd aan het afdelingsbestuur. Het bondsbureau wordt hiervan zo spoedig mogelijk in kennis gesteld.

Treedt het afdelingsbestuur in zijn geheel af, dan dienen de afdelingsbescheiden onverwijld te worden overhandigd aan het bondsbestuur, dat deze bescheiden beheert, totdat een nieuw afdelingsbestuur is gekozen.

  1. Schorsing of ontslag van bestuursleden geschiedt door de ledenvergadering van de afdeling, na overleg met het bondsbestuur. Voor betrokkene(n) staat beroep open bij de beroepscommissie.
  2. Bij ontstentenis of belet van alle leden van het afdelingsbestuur berust het bestuur van de afdeling tijdelijk bij een of meer door de ledenvergadering daartoe aangewezen personen. De Ledenvergadering is verplicht voor deze aanwijzing zorg te dragen.

Onder belet wordt hier verstaan de situatie dat de bestuurder tijdelijk zijn functie niet kan uitoefenen als gevolg van: a.             schorsing;

  1. tegenstrijdig belang;
  2. ziekte;
  3. onvoorziene onbereikbaarheid.

In de gevallen bedoeld onder c en d geldt voorts dat belet eerst aan de orde is als gedurende een termijn van 5 (vijf) dagen geen contact tussen de bestuurder en de afdeling mogelijk is geweest, tenzij het afdelingsbestuur in een voorkomend geval een andere termijn vaststelt.

TAAK AFDELINGSBESTUUR 

ARTIKEL 9 

  1. Het afdelingsbestuur is onder meer belast met het:
    1. leiding geven aan de afdeling volgens de bepalingen van de statuten, het huishoudelijk reglement en de besluiten van de ledenvergadering

van de afdeling, respectievelijk van de Algemene Vergadering  van de bond en van het bondsbestuur;

  1. houden van ledenvergaderingen, bestuursvergaderingen en, zo nodig, commissievergaderingen;
  2. verzorgen van de ledenadministratie en de correspondentie van de

afdeling; 

  1. beheren van de financiën;
  2. innen van contributie en het tijdig afdragen van de door de Algemene

Vergadering van de Bond vastgestelde contributieafdracht aan het

Bondsbestuur; 

  1. werven van nieuwe leden;
  2. jaarlijks opstellen van de begroting voor het komende jaar en de jaarrekening van het voorafgaande jaar;
  3. zorgdragen dat het bondsblad onder de leden van de afdeling wordt verspreid;
  4. voor zover nodig benoemen van adviseurs en commissies, die het afdelingsbestuur in het vervullen van zijn taak kunnen bijstaan;
  5. meewerken aan het goed functioneren van de regio waartoe de afdeling behoort;
  6. het bevorderen van sociaal-culturele activiteiten voor leden en educatieve activiteiten voor kaderleden en leden van de afdeling;
  7. het initiëren en ondersteunen van activiteiten in het kader van de lokale belangenbehartiging in de ruimste zin van het woord;
  8. het onder l gestelde in praktijk brengen door deelname aan lokale casu quo regionale overlegsituaties.
  1. Ieder lid van het afdelingsbestuur is tegenover de afdeling gehouden tot een behoorlijke vervulling van de hem opgedragen taak. Bij de vervulling van hun taak richten de bestuurders zich naar het belang van de afdeling en de met haar haar verbonden organisatie of onderneming.                              

BESTUURS- EN LEDENVERGADERINGEN

ARTIKEL 10 

  1. Het afdelingsbestuur vergadert tenminste zes maal per jaar
  2. Het afdelingsbestuur roept de leden tenminste éénmaal per jaar voor een ledenvergadering bijeen.
  3. Tijdens deze vergaderingen brengt de secretaris verslag uit over de laatst gehouden vergadering.
  4. Zo mogelijk vóór 1 mei, maar in ieder geval vóór 1 juli, houdt de afdeling haar jaarvergadering.
  5. Tijdens de jaarvergadering brengt de secretaris verslag uit over de verrichte werkzaamheden in het afgelopen jaar.
    1. De penningmeester brengt verslag uit over het financieel beheer gedurende het afgelopen jaar. Hij legt ter beoordeling en vaststelling de begroting van het komende jaar voor.
    2. Beide verslagen behoeven vooraf de goedkeuring van het afdelingsbestuur.
    3. De ledenvergadering stelt het contributiebedrag vast voor de leden van de afdeling.
  6. Eén of meer leden van het bondsbestuur kunnen – na voorafgaande kennisgeving – een bestuurs-of ledenvergadering van de afdeling bijwonen en hebben het recht daar het woord te voeren.

FINANCIËLE CONTROLECOMMISSIE 

ARTIKEL 11 

  1. De financiële controlecommissie bestaat minimaal uit twee leden, die in    het verslagjaar geen deel hebben uitgemaakt van het afdelingsbestuur. 
    1. De leden van deze commissie en een plaatsvervanger worden door en uit de ledenvergadering gekozen voor een periode van twee jaar.
    2. Het afdelingsbestuur stelt een rooster van aftreden vast. Het aftredend lid, respectievelijk de plaatsvervanger, is niet terstond herkiesbaar.
  2. De financiële controlecommissie onderzoekt de boekhouding en de jaarrekening en brengt van haar bevindingen schriftelijk verslag uit aan de ledenvergadering. Zij stelt de ledenvergadering voor de penningmeester en het afdelingsbestuur al dan niet décharge te verlenen.

OVERIGE COMMISSIES

ARTIKEL 12

Het afdelingsbestuur kan commissies en werkgroepen instellen waarvan vooraf een duidelijke taakomschrijving op schrift wordt gesteld. 

VERANTWOORDELIJKHEID 

ARTIKEL 13 

Het afdelingsbestuur is verantwoordelijk voor de verrichtingen, contacten of verplichtingen van commissies en werkgroepen.        

BESLUITVORMING

ARTIKEL 14

  1. De ledenvergadering is het wetgevend orgaan van de afdeling.
  2. Alle besluiten van het afdelingsbestuur respectievelijk de ledenvergadering van de afdeling mogen niet in strijd zijn met deze statuten, en/of de statuten en het huishoudelijk reglement van de bond, en de besluiten van het bondsbestuur en de Algemene Vergadering van de bond.
  3. In gevallen, waarin deze statuten en/of de statuten casu quo het huishoudelijk reglement van de bond niet voorzien en waarin door enige andere bepaling niet is voorzien, beslist het afdelingsbestuur na advies van het bondsbestuur. In de eerstvolgende ledenvergadering van de afdeling zal het afdelingsbestuur ter zake verantwoording afleggen. Bij een geschil of een besluit van de afdeling, in strijd met de statuten en/of het huishoudelijk reglement van de bond, beslist in laatste instantie het bondsbestuur.
  4. Een lid van het afdelingsbestuur neemt niet deel aan de beraadslaging en besluitvorming indien hij daarbij een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de afdeling dan wel met de daaraan verbonden organisatie. Wanneer als gevolg van deze besluitvormingsregel geen bestuursbesluit zou kunnen worden genomen is het bestuur desalniettemin bevoegd het bestuursbesluit te nemen. Het bestuur legt dan schriftelijk vast welke overwegingen aan het besluit ten grondslag liggen.

STEMMINGEN ARTIKEL 15

  1. Over zaken wordt mondeling gestemd, tenzij de voorzitter anders bepaalt. Staken de stemmen, dan wordt het voorstel geacht te zijn verworpen.
  2. Over personen wordt schriftelijk gestemd. Indien ter vervulling van een vacature slechts één kandidaat is gesteld, kan benoeming plaatsvinden bij acclamatie.
  3. Heeft bij een stemming ter vervulling van een vacature niemand de volstrekte meerderheid behaald, dan vindt herstemming plaats tussen de twee personen, die het hoogste aantal stemmen op zich hebben verenigd. Hebben bij deze herstemming beide kandidaten een gelijk aantal stemmen, dan beslist het lot. 
  4. Heeft bij een stemming ter vervulling van meerdere vacatures niet het vereiste aantal personen de volstrekte meerderheid behaald voor de bezetting van de betreffende zetels, dan vindt voor de bezetting van de overige zetels

herstemming plaats per vacature volgens de regels onder 2a van dit artikel genoemd.                                     

STATUTENWIJZIGING 

ARTIKEL 16

Statuten van een afdeling of wijziging daarvan dienen te allen tijde vooraf door het bondsbestuur schriftelijk te zijn goedgekeurd. 

LIQUIDATIE, ONTBINDING EN SCHORSING

ARTIKEL 17

  1. Tot schorsing van de werkzaamheden van de afdeling of tot ontbinding/liquidatie, kan slechts worden besloten in een tot dit doel bijeengeroepen ledenvergadering met twee/derde van de rechtsgeldig uitgebrachte stemmen.
  2. Nadat een besluit tot liquidatie is genomen, treedt het afdelingsbestuur op als commissie van liquidatie.
  3. Nadat de afdeling is geliquideerd overeenkomstig de bepalingen van dit artikel, krijgen de bezittingen een geoormerkte bestemming, waarbij achtereenvolgens te noemen zijn de bond, dan wel een verwante instelling/stichting die zich bezig houdt met de zorg voor senioren.
    1. Indien de bond niet meer bestaat, beslist de ledenvergadering van de afdeling over een geoormerkte bestemming van de nog aanwezige bezittingen, waaronder te verstaan verwante instellingen/stichtingen die zich bezig houden met de zorg voor senioren.
    2. De ledenvergadering van de afdeling kan, in een vergadering waarin tenminste twee/derde (2/3) van de leden aanwezig en/of vertegenwoordigd is, met een meerderheid van twee/derde (2/3) van de rechtsgeldig uitgebrachte stemmen besluiten om af te wijken van het in dit artikel onder a en b bepaalde mits alsdan het vereffeningssaldo toekomt aan een vereniging of stichting die kwalificeert als algemeen nut beogende instelling (ANBI) of sociaal belang behartigende instelling (SBBI).